Auteursarchief: HVV Smilde

Wet- en Regelgeving

Wetgeving en boetes hengelsport

Vissen is niet zomaar een sport. Er komt heel wat bij kijken. Je mag niet zomaar ergens je hengel uitgooien. Je moet bijvoorbeeld in het bezit zijn van een VISpas en een lijst van viswateren. Op de lijst van wateren staan de plaatsen waar je mag vissen. Als een bepaalde locatie niet op de lijst staat, mag je hier dus niet vissen. Circa driekwart van al het oppervlaktewater in Nederland staat op de lijst vermeldt. Voordat je gaat vissen is het belangrijk dat je van alles op de hoogte bent, want voor je het weet wordt je op de bon geslingerd.

Lijst van viswateren

De plaatsen waar je in Nederland mag vissen, staan allemaal op de lijst van viswateren. Als je in het bezit bent van zo’n lijst dan betekent het dat je op bepaalde plaatsen mag vissen. De lijst is opgesteld door visrechthebbende federaties en verenigingen. Ongeveer 75% van alle binnenwateren staan op de lijst van Landelijke Lijst van Viswateren. De lijst wordt iedere drie jaar opnieuw gepubliceerd. Deze blijft dan ook drie jaar geldig. De lijst kun je eenvoudig via het internet downloaden en binnenkort komt er een app waar alle viswateren in vermeld staan.

VISpas

Als je gaat vissen moet je een schriftelijke toestemming bij je hebben om te mogen vissen. Deze schriftelijke toestemming is in de vorm van een VISpas. De VISpas kun je zowel aanvragen wanneer je lid bent van een visvereniging alsook wanneer dit niet het geval is. Als je lid bent van een visvereniging geldt de VISpas als bewijs van lidmaatschap.

De VISpas is één jaar geldig. Wanneer je gaat vissen moet je altijd je VISpas en de lijst van viswateren bij je hebben. Bij controle moet je deze namelijk kunnen tonen. Er zijn vier verschillende soorten vispassen: VISpas, JeugdVISpas, ZeeVISpas en de Kleine VISpas

Vissen boetes

Wanneer je tijdens het vissen gecontroleerd wordt kan het zijn dat je een boete krijgt van een opsporingsambtenaar. Het is vanzelfsprekend dat je je beter aan de regels kunt houden, want de boetes kunnen behoorlijk oplopen. Voor het vissen zonder VISpas kun je een boete krijgen van circa 100 euro. Ook mag je als sportvisser geen levend aas gebruiken. Onder levend aas vallen behalve vissen ook gewervelde dieren als zoogdieren, amfibieën, reptielen en vogels. Hiervoor riskeer je een boete van 400 euro. Maden en wormen mogen wel als aas dienen. Bij een overtreding kan de controleur de VISpas en de Lijst(en) van Viswateren innemen. Een aantal boetes op een rijtje:

Visboetes 2021 (meest voorkomende)

Overtredingen en boetebedragen binnenvisserij per 01-01-2021

  1. Vissen in het binnenwater zonder schriftelijke toestemming (vergunning) van de visrechthebbend:
    met één of twee hengels € 150,-
    met één peur € 210,-
    met meer dan twee hengels € 330,-  
  2. Niet op eerste vordering ter inzage afgeven van:
    een schriftelijke toestemming € 100,-
    huurovereenkomsten en andere documenten € 100,- 
  3. Niet toegestaan vistuig:
    vissen met een niet toegestaan vistuig (* 
  4. Toegestaan vistuig dat niet aan de voorwaarden voldoet:
    bij het vissen met één of twee toegestane vistuigen € 300,-
    bij het vissen met meer dan twee toegestane vistuigen (* 
  5. Vissen in gesloten tijd (van 1 april tot en met 31 mei) met:
    een hengel geaasd met in deze periode verboden aas € 100,-
    een staand net € 280,-
    vissen tijdens een vastgestelde periode in een door de minister aangewezen water € 95,-
    tussen 2 uur na zonsondergang en 1 uur voor zonsopgang € 90,- 
  6. Stuw/vispassage:
    vissen in de Neder-Rijn, Maas, Lek of Overijsselse Vecht binnen een afstand van 75 meter stroomafwaarts van een stuw, in een bij een stuw aangebrachte vispassage of binnen een straal van 25 meter voor de bovenmond van deze vispassage € 140,-
  7. Voorhanden hebben vistuigen op of in de nabijheid van enig binnenwater:
    van een vistuig dat (op dat moment) op dat water niet gebruikt mag worden € 95,-
    van één of twee hengel(s) terwijl je geen toestemming (vergunning) hebt om daar te vissen € 95,-
    van één peur of meer dan twee hengels zonder bevoegd te zijn hiermee te vissen en/of zonder de vereiste toestemming van de visrechthebbende € 140,-
    een ander toegestaan vistuig zonder bevoegd te zijn hiermee te vissen en/of zonder de vereiste toestemming van de visrechthebbende € 300,-
    van een niet toegestaan vistuig (*
  8. Levend aas:
    vissen in kust- of binnenwater met een levende vis als aas € 400,-
  9. Minimum maten en gesloten tijden (vis):
    ondermaatse vis gevangen in zee, kust- of binnenwater niet direct terugzetten € 150,-
    vis niet direct terugzetten in een voor die soort geldende gesloten tijd € 150,-
    voorhanden hebben van gerookte paling kleiner dan 25 cm (*

Overige overtredingen en boetebedragen

  1. Valse naam / identificatieplicht:
     een valse naam, voornaam, geboortedatum, etc. opgeven € 400,-
     niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden € 100,-
  2. Geluidshinder:
    nach
    trust verstoren door rumoer of burengerucht € 140,-
    veroorzaken van geluidhinder voor een omwonende/de omgeving  (**APV
    i
    n de openlucht vuur aanleggen, stoken of hebben (**APV

(*bedrag wordt vastgesteld door de Officier van Justitie
(** APV = Algemene Plaatselijke Verordening

De hierboven vermelde boetes zijn gebaseerd op de informatie van het Openbaar Ministerie. Ben je benieuwd naar andere boetes? Neem dan even een kijkje op de website van het OM.

Tip: vis je in drukke woonwijken met beetmelders? Zet de beetverklikkers dan niet te hard, of zet het geluid helemaal uit en gebruik een ontvanger met bijvoorbeeld trilfunctie.

Kritiek op de Visserijwet

De Visserijwet (alle regels omtrent de visserij) is volgens veel hengelaars een warboel aan regeltjes. Zo mogen hengelaars niet het gehele jaar door een worm aan de haak steken. Tussen begin april en eind mei is het voor hengelaars verboden om pieren als aas te gebruiken. Dit verbod geldt voor het IJsselmeer zelfs van half maart tot 1 juli. Opmerkelijk, want de worm is geen bedreigde diersoort, terwijl de bedreigde meerval en de roofblei niet eens onder de wet valt. Zelfs verschillende rechters noemen de Visserijwet moeilijk uit te leggen. Voor zowel beroepsvissers als de rechterlijke macht is de wet niet altijd even goed te hanteren.

Lokvoer Feedervissen

Het lokvoer is één van de belangrijkste dingen als je gaat feedervissen in een wedstrijd of als recreatievisser. Men begint dan met een basislokvoer. Dat kan je zelf maken of kan het ook in de winkel kopen.

Het basislokvoer
2 kopjes maïsmeel/babycorn
1 kopje koekmeel
4 kopjes broodmeel
2 kopjes Gemalen beschuit
1 kopje kokosmeel
1 kopje PV collant

Erg gemakkelijk omdat je kan variëren tot de hoeveelheid voer die je denkt nodig te hebben. Dus kun je er ook een emmer of andere dingen voor gebruiken.

Maar eenvoudiger is de volgende manier:
Koop een basislokvoer in de hengelsportwinkel en doe er dan zelf nog andere dingen bij.

basisvoer

Basis: 1kilo basislokvoer

Aanvullen met:

100 gram Orange bream
een half blikje zoete mais
1 handje vol casters (maden poppen)
1 handje vol pinkies (kleine voor maden)
1,5 handjes vol maden

De aantrekkingskracht:

Men moet natuurlijk zelf uitproberen wat het beste werkt voor jezelf.
En natuurlijk op welk water wat werkt en waar de vis op af komt.
Ook uitproberen door het voer te mengen en andere ingrediënten toevoegen of eruit halen. Ook geurtjes zijn belangrijk.
Er zijn veel soorten geurtjes te verkrijgen in de hengelsportwinkels.
Tip: Géén geurtjes door elkaar gebruiken!

Men kan de volgende dingen gebruiken om er een geurtje in te doen:
Geurtjes uit een flesje of spray
Soft baits pellets klein maken en erdoor doen.
Kleine zakjes speciaal lokvoer erdoorheen doen zoals Orange bream.

Als men een en ander uitgeprobeerd heeft en het werkt nog niet, schroom dan niet om een collega-sportvisser aan te spreken die wèl succes heeft bij het feedervissen en wat voor lokvoer en welke ingrediënten of geurstoffen hij toepast.

Vissen met de vlieghengel

vliegvissen foto

(bron: cybervissen.nl)

Inleiding

Het vliegvissen is een tak van hengelsport waarbij we een imitatie van een insect of een insecten larf aan de vis aanbieden met een speciale hengel en een speciale lijn. Ook is het mogelijk om op deze manier imitaties van visjes te presenteren om zo bijvoorbeeld snoek te vangen. Uitgangspunt is dat het aas nagenoeg gewichtloos is, en de lijn als werpgewicht fungeert.

De vliegvisserij is niet nieuw. In 1496 verscheen in Engeland het allereerste boek dat het vliegvissen beschreef. Dat boek heette “the Treatyse of fishing with an angle” (verhandeling over het vissen met een vishaak/hengel) en is volgens de overlevering geschreven door een vrouw, namelijk Dame Julyana Bernes, en zij was ook nog eens een non! Uit nog oudere inscripties uit Macedonië is door geleerden een beschrijving van een kunstvlieg gevonden, waarbij rode wol en een nekveer van een haan werden gebruikt, en die materialen gebruiken we eigenlijk nog steeds…. In feite is het vliegvissen gebaseerd op het feit dat de levenscyclus van heel veel insecten in en om het water plaatsvindt. Heel veel insecten (muggen, kokerjuffers, libellen, meivliegen) leggen hun eitjes in het water. Die eitjes komen onder water uit en worden dan larven. Deze larven kunnen soms een aantal maal van gedaante veranderen, maar leven onder water. Na een bepaalde tijd zal zo’n larf opstijgen en in het water oppervlak weer van gedaante veranderen en dan een vliegend insect worden! Bijna alle stadia van deze insecten kunnen we met onze vliegen nabootsen. Een bekende larf die vliegvissers kunnen imiteren, bijvoorbeeld, is die van de mug, de rode muggenlarf. ( Vers de Vase )

De vliegen

We onderscheiden verschillende groepen van kunstvliegen die elk weer bestaan uit wellicht duizenden verschillende vliegen. Die vliegen hebben bijna allemaal een naam. Die naam is soms een nummer, maar ook allerlei exotische namen worden aan deze vliegen gegeven. Vaak komt in de naam ook het in de vlieg toegepaste materiaal terug. Het recept voor een vlieg wordt ook wel patroon genoemd. Voor het maken van de vliegen worden legio materialen gebruikt. Zowel natuurlijke materialen als kunststoffen worden toegepast bij het bouwen van kunstvliegen. Natuurlijke materialen zijn veren, haar, en soms huid van een veelheid aan diersoorten. Bekende veren zijn die van hanen, patrijs en fazant. Haar van eekhoorn, hert, en vos. Huid van paling. Kunststoffen zijn: folie, foam, metaaldraadjes, en kunstharen.

Droge vliegen: Dit zijn vliegen die op het water drijven. Ze imiteren insecten die op het wateroppervlak zitten om eitjes te leggen, of insecten die uitkomen, en in het wateroppervlak van gedaante wisselen (van larf naar vliegend insect), maar ook insecten die per ongeluk in het water terechtkomen, zoals mieren, sprinkhanen, etc. Deze vliegen blijven drijven door hun constructie en of de toegepaste materialen, en eventueel geholpen door een smeerseltje.

droge vlieg één van de vele droge vliegen

Natte vliegen: Dit zijn dus, inderdaad, vliegen die onder water gaan. Deze vliegen imiteren onderwater insecten, insecten die even onder water zwemmen om hun eitjes te leggen, visbroed.

natte vliegen één van de vele natte vliegen

Nimfen: Deze groep vliegen imiteren de larven van insecten in diverse stadia De larven leven dus onder water en veelal vlak bij de bodem. Meestal word daarom bij de constructie van de vlieg gewicht ingebouwd met behulp van fijn lood of koperdraad, maar ook bijvoorbeeld door een massief messing kraaltje op de haak te monteren. Zodoende zinkt de nimf goed af en kunnen we er diep mee vissen.

nimf vlieg één van de vele nimfen

Streamers: Dit zijn vliegen die meestal een visje imiteren, maar soms ook een kikker of een muis! Ze zijn vaak fors van afmeting. Een bekende vliegvisser betitelde zijn snoekstreamers als: “getakelde cavia’s”. Voor het vissen met deze vliegen is vaak ook een zwaardere hengel nodig.

streamer één van de vele streamers

Zalmvliegen: Dit is een beetje een apart verhaal. Bij het vissen op zalm op rivieren met behulp van een vliegenhengel vis je op vissen die vanuit zee de rivieren optrekken om te paaien, maar die eigenlijk niet echt meer eten. Het is daarom nog steeds een beetje raadselachtig waarom de zalm de vlieg pakt. Een aantal zalmvliegen zijn imitaties van garnalen, want dat is het hoofdvoedsel van de zalm in zee. Men neemt aan dat de zalm uit reflex hapt zodra hij denkt een garnaal te zien. De meeste zalm vliegen zijn vaak lekker gekleurd, en wellicht leiden opvallende kleuren ook tot een bijtreflex. Verder is bekend dat de natuur erg efficiënt is en als de zalmen kuiten, zal het kuit dat wegspoelt en dus niet tot wasdom zal komen opgevreten worden door de zalmen. Ook andere vissen doen dit, o.a. forellen. Vandaar dat er ook “vliegen” bestaan die een zalmeitje imiteren. Er bestaat zelfs een “vlieg” met de welluidende naam: the eggsucking leech. Ofwel in het Nederlands: de ei uitzuigende bloedzuiger. En dus is er een imitatie van een bloedzuiger die een zalmeitje leegzuigt! Er zijn nog een aantal vliegen die niet direct in een van de groepen zijn in te delen. Bijvoorbeeld de ook in de polder en de Waal voorkomende vlokkreeftjes. Meestal rekenen we deze imitaties tot de nimfen. Een andere vlieg is de emerger, daar bedoelen we het insect dat in het wateroppervlak hangt mee, en op het punt staat om te veranderen in een vliegend insect. Dat is dus eigenlijk een natte en een droge vlieg tegelijk. Gesopt zou je kunnen zeggen.

zalmvliegen één van de vele zalmvliegen

Vliegen binden: Sommige hebben het als hobby binnen een hobby, anderen zien het als een noodzakelijke aanvulling op hun hobby en weer anderen zien het als een manier van leven. Hoe je er echter ook tegenover staat, een vis vangen aan een zelf gebonden vlieg is echt super! De meeste vliegvissers in Nederland binden dan ook hun eigen vliegen.

Materialen

Hengels: Hengels worden nog steeds geklasseerd met het zogenaamde aftma principe. Hoe hoger het aftma nr., hoe zwaarder de hengel/ lijn combinatie. Voor de polder en lichte forel visserij is een 4 hengel uitstekend geschikt. Je kunt met een aftma 4 hengel van 9 voet (270 cm) lengte in zeer veel omstandigheden vissen. Het is natuurlijk logisch dat je met een hengel niet alle visserijen kunt afdekken. Het is net als met hamers, met een hamertje van 200 gram ga je geen spijkers van 20 cm in een balk slaan. Het kan wel, maar het is niet echt handig, nog afgezien de tijd dat zoiets kost…. Dus met een 4 hengel kun je niet echt optimaal snoeken met streamers. Dan heb je meer aan een 8, of 9 hengel. Maar je kunt wel in alle polder wateren , stromende beken, grote rivieren, enz. op forel, blankvoorn, ruisvoorn, brasem, baars, winde vissen! Met droge vliegen, natte vliegen, nimfen, en eventueel heel kleine streamertjes.

vliegreel  vliegenhengel met reel

Lijnen: Net zoals bij de hengels, worden lijnen geklasseerd met het zogenaamde aftma-systeem. Hoe hoger het nummer, hoe zwaarder de lijn. Verder onderscheiden we bij de lijnen diverse verschijningsvormen. Allereerst de opbouw van de lijn. Er zijn 2 hoofd vormen, namelijk de doubletaper [DT], en de weightforward [WF] lijn. De double taper is een lijn met zowel aan de voor, als aan de achterkant van de lijn een identieke opbouw. De lijn begint met een dunne punt (waaraan de onderlijn komt). Daarna volgt de taper , dit is het stuk lijn dat van dun naar dik loopt. Dan volgt het dikke gedeelte, de belly. En na ongeveer 20 meter zal weer een verdunning optreden naar een punt. Je kunt zo’n lijn dus omdraaien. De WF lijn heeft het zelfde begin, echter na ongeveer 9 meter word de lijn aanzienlijk dunner. Dit heeft als voordeel dat je bij worpen die de 9 meter overschrijden de lijn gemakkelijker kunt schieten. De dunnere lijn geeft namelijk minder wrijving weerstand in de ogen. Bij het bepalen van het werpgewicht van een hengel/lijn wordt uitgegaan van ongeveer negen meter vliegenlijn. Het idee hierachter is dat met 9 meter vliegen lijn, een leader van 2,5 meter en een hengel van 2,5 meter, je een afstand van ongeveer 14 meter kunt overbruggen. En dat is dan weer een beetje de gemiddelde visafstand bij het vliegvissen. Een andere indeling van de lijnen is; drijvend, zinkend in diverse zinksnelheden, en intermediate. De laatst genoemde lijn is een soort tussenvorm, die ingevet soms drijft en anders zo langzaam zinkt dat hij min of meer zweeft. De drijvende lijn is in het algemeen de meest toegepaste lijn.

Reel: De reel is voor wat betreft de lichtere hengels eigenlijk niet meer dan een opslagplaats voor de vliegenlijn. Vissen we echter op grotere en sterkere vissen willen we toch wel een soort slipmechanisme op de reel, en zijn de eisen aan de reel wat hoger. Bovendien is het zaak om voor wat betreft de lijn capaciteit van de reel rekening te houden met nog een flink aantal meters volglijn, ofwel de backing. Een gemiddelde vliegenlijn is 25 tot 30 meter lang als je dus na een lange worp direct een aanbeet krijgt van een grote vis heb je die volglijn al snel nodig!

vliegenreel

Leader: Hoewel de vliegen lijn in een punt uitloopt, is deze punt veel te dik om er je vlieg aan te knopen. Daarom moet er nog iets tussen. Een onderlijn die we de leader noemen. Er zijn diverse soorten maar het meest worden leaders toegepast van nylon. Ook de leader loopt, net als de punt van de vliegenlijn, van dik naar dun. Het dikste gedeelte word met een speciale knoop of een lusverbinding aan de vliegen lijn bevestigd. Aan de punt kun je direct je vlieg knopen, maar meestal knoop je er eerst nog een stuk nylon aan in de gewenste visdikte. Dit noemen we de tip. Hierdoor zal de punt van je leader langer mee gaan en word hij na iedere vliegwissel niet korter.

leaders vliegvissen

Overig: Hoewel er een gigantisch scala aan hulpstukken en gadgets bestaat voor de vliegvisser zijn er maar een paar echt belangrijk. Een schaartje om nylon te knippen (of soms om een vlieg wat te modelleren) is best nodig. Ook een onthaaktangetje is onmisbaar. Er bestaan echter ook schaartjes die beide eigenschappen in zich verenigen, ze zijn bijzonder praktisch. Bovendien kun je met de meeste van deze schaartjes makkelijk de weerhaak plat knijpen. Een vliegen doos in een of andere vorm is natuurlijk ook onmisbaar, want vliegen los in je tas, of jaszak is natuurlijk niet handig…. Een blikken sigarendoosje met wat foam er in geplakt werkt eigenlijk net zo goed als een superdure, handgemaakte, aluminium doos, maar niet verder vertellen natuurlijk! Verder zijn een aantal klosjes nylon, of ander materiaal in diverse diktes wel handig om af en toe je tip te vervangen of aan te passen. Lijnvet om je vliegenlijn, en of leader wat beter te laten drijven, wat vet om je droge vlieg beter te laten drijven. Een klein tasje, of een echt vliegvisvest om je spulletjes in te vervoeren. Je kunt het zo bont maken als je zelf wilt.

Oh ja, nog één item dat niet mag ontbreken in je uitrusting. De vergunning(en), en de Vispas! Echt belangrijk. Niet om te voorkomen dat je een bekeuring krijgt. Maar om te zorgen dat we kunnen blijven vissen. In gezond water met een gezonde visstand!

Vistechnieken

Vissen met de droge vlieg: Het vissen met de droge vlieg gebeurt op het water. Je ziet je vlieg dus drijven. Je ziet dus ook dat de vlieg gepakt wordt, wat het geheel best spectaculair maakt. Uiteraard gebruik je hiervoor een drijvende vliegen lijn. Vissend in een polder, maar ook in een stadsgracht, een wetering in het park , de Drentse Aa, is het vaak zaak om de vis te trachten te lokaliseren. Hoofd doel op dit soort wateren zal met de droge vlieg vooral de ruisvoorn zijn. Als de omstandig heden goed zijn laten de ruisvoorns zich vaak best wel zien aan de oppervlakte. Vind je een schooltje ruisvoorns probeer ze dan voorzichtig zo dicht mogelijk te benaderen en probeer vervolgens de vlieg zo luchtig mogelijk op het water te plaatsen. De kleinere vissen storten zich soms met veel bravoure op je vlieg en dat is best wel leuk. Zitten er echter ook grotere voorns, die snippen meestal je vlieg zo heel bedeesd van de oppervlakte naar binnen, zomaar net een klein kringetje achterlatend waar net je vliegje nog dreef! Afijn, een enerverende visserij dus. Maar als je de vis de vlieg ziet pakken niet gelijk slaan, nou ja slaan…. Het is meer bedeesd de hengel heffen maar wel even een tel wachten. Meestal laat je de vlieg gewoon stil liggen, maar soms helpt het om de vlieg een klein beetje te bewegen. Normaal gesproken zal een vlieg op het water, of daar per ongeluk terecht zijn gekomen, of daar zijn om eitjes te leggen, maar in beide gevallen zal de vlieg redelijk stil zitten. Een uitzondering daarop echter vormt de kokerjuffer of de sedge. Dit insect kan dus hele afstanden over het wateroppervlak afleggen! Dus een imitatie van deze vlieg zou je over het wateroppervlak kunnen binnen vissen. Je ziet deze vliegen soms van die v-sporen op het water maken.

Vissen met de nimf: Geleerden hebben onderzoek gedaan, maar ook een gewone visser zou dat zomaar kunnen opmerken, en geconstateerd dat de meeste vissen hun voedsel voor het grootste gedeelte ONDER water vinden. Ruisvoorns, forellen, vlagzalmen, blankvoorns, windes, karpers, nemen regelmatig voedsel van het wateroppervlak. Maar toch bestaat het hoofdaandeel van het voedsel dat ze tot zich nemen uit onderwater voedsel. Wellicht plantaardig soms, maar vaak ook dierlijk, in de vorm van larven. Ofwel insectenlarven dus. En dat kunnen de vliegvissers weer imiteren! Dit noemen we nimfen. Ze komen voor van de bodem tot aan het wateroppervlak. Vissend met de nimf zul je dus uit moeten zoeken op welke diepte je de nimf moet aanbieden om hem vangend te maken. Vaak is het bindpatroon van de nimf minder belangrijk dan de diepte waarop je hem aanbied aan de vis! Vaker speelt de kleur een rol. Voor het Waaltje zijn bijvoorbeeld in de zomer de kleuren bruin en zwart goed , maar in de winter kan grijs bijzonder succesvol blijken. Omdat je de nimf onder het wateroppervlak vist , kun je dus niet zien dat de vis je vlieg pakt zoals bij de droge vlieg. Een beetverklikker in een of andere vorm kan dan zeer nuttig zijn. Als het bijvoorbeeld zeer koud is, en de vis zeer voorzichtig aast, en als het weer erg rustig is, is het voldoende om een gedeelte van de leader goed in te vetten. Het punt waar je leader onder water duikt is dan je beetverklikker. Een trilling, het plotseling wegduiken van dat punt van de leader, reden om trachten de haak te zetten! Onder andere omstandigheden, bijvoorbeeld meer wind, kan het nuttig zijn om een beetverklikker te gebruiken. Er zijn diverse soorten, maar meest gebruikt zijn de volgende:

1. Een kant en klare verklikker, een soort dobbertje, dat je met een stokje of iets dergelijks op je leader bevestigd.

2. Soort pluis van een drijvende wol.

3. Een kneed bare drijvende substantie. (Werkt best goed, al was het alleen maar omdat je het formaat van de verklikker makkelijk kunt aanpassen aan de omstandigheden.) Buiten deze veel gebruikte soorten, is een stukje fel oranje vliegenlijn van 1 cm dat op je leader is geschoven vaak voldoende als beetindicator. Ook voor deze visserij worden meestal drijvende lijnen gebruikt. Met behulp van de leader word dan de diepte bepaald waarop je nimf word aangeboden. Een vuistregel is: gewenste visdiepte is de helft van de leader lengte. Wil je je nimf dus op een meter diepte presenteren heb je dus een leader nodig die voor minimaal 2 meter zinkt!

Tenslotte

Het vliegvissen is, en blijft een fascinerende hobby. Geen enkele visdag is dezelfde en we weten nooit echt op voorhand wat ons die visdag te wachten staat. We starten altijd met een bepaalde verwachting, maar of die zal ingevuld worden, hangt van heel wat factoren af. Zo kunnen wij als vliegvisser nooit het weer bepalen en nog minder het aasgedrag van de vissen. Wat we wel kunnen, is zorgen dat het materiaal tiptop is. Gewoon niets aan het toeval overlaten en iedere visdag op de best mogelijke manier voorbereiden. Een groot deel van het succes aan de waterkant is te zoeken in de tijd die men investeert om een visdag tot in de puntjes te plannen en ervoor zorgen dat men alles bij de hand heeft.

Knopen leggen t.b.v. de vistuigen

(bron: cybervissen.nl)

Eén zaak staat bij vissen als een paal boven water, je kan niet vissen zonder knopen.

Knopen zijn een belangrijk onderdeel van de sportvisserij (en van de beroepsvisserij). Ze zijn de enigste verbinding tussen de verschillende attributen en de vislijn, en men kan ze niet kant en klaar kopen in de winkel. Daarom is het belangrijk dat men de verschillende knopen, diegene die men meestal gebruikt, onder alle omstandigheden kunt leggen langs de waterkant.

Eén van de zaken waar men op moet letten is of de vislijn waarin men de knoop wilt leggen eventueel niet beschadigd is. U zult de eerste sportvisser niet zijn die daardoor een mooie kapitale vis verspeeld.

Ook is het niet verstandig om de knoop met een ruk dicht te trekken. Door de hitte die dan vrijkomt wordt de lijn of knoop beschadigd, dus de knoop nat maken en langzaam dicht trekken. De lijn glijdt dan gemakkelijker, waardoor de knoop beter komt te zitten.

Een ander punt is, dat men de juiste knoop in combinatie met juiste de materialen moet gebruiken. Verbazingwekkend vaak worden grote vissen verspeeld door onheuglijke knopen. Krampachtig wordt het stukje gekringelde lijn voor je vismaat verborgen gehouden en je vervloekt jezelf dat je de knoop niet wat meer aandacht hebt gegeven. Om dit te voorkomen is het aan te raden om iedere knoop die je legt even te testen. Vooral bij het gebruik van Dyneema dat wel eens de neiging heeft nog een beetje te verschuiven is dit geen overdreven gedoe. De haak, plug of lus hang je even in een dikke ring of aan een sleutelbos om de lijn vervolgens flink op spanning te brengen. Nu weet je zeker of de knoop goed is gelegd of niet, dit bespaar tenenkrommende taferelen met dat bekende stukje gekringelde vislijn !

Acht knoop

Een achtknoop is in de eerste plaats een stoppersknoop: een knoop die je gebruikt om touw niet volledig door een oog te laten schieten, zodat je het niet elke keer opnieuw moet inrijgen. Deze knoop is veel beter geschikt als stoppersknoop dan een halve knoop. Zorg wel dat het uiteinde lang genoeg is.

 

  • Lus maken. Uiteinde bovenop leggen
  • Achterlangs nemen.
  • Van boven in de lus steken.

achtknoop Achtknoop

Bled Knoop 1

Veel (beginnende) sportvisserskopen het liefst een haakje met oog. Omdat ze niet weten hoe ze een haak met bled aan een lijn moeten knopen, terwijl het zo simpel is! Vooral bij kleine (witvis)haken bent u in het voordeel als je vist met een haakje met bled, omdat een oogje doorgaans iets groter (en dus minder subtiel) is dan een haakje met bled.

De bledknoop 1 wordt gebruikt om haken aan de lijn te knopen. Minstens zes windingen leggen, beter is het om meer als tien windingen te leggen zodat je een soort schacht krijgt wat tot resultaat heeft dat de haak beter in het verlengde van de lijn hangt.

bledknopen  Bled Knoop 1

Bled Knoop 2

Deze bledknoop 2 is beter dan de vorige, want het lijn uiteinde wordt door alle windingen vastgehouden terwijl bij de andere knoop maar door de laatste winding. Deze bledknoop is wel moeilijker te leggen.

bledknoop 2

Bloed knoop

De bloedknoop wordt gebruikt om twee stukken lange lijn met elkaar te verbinden, b.v. 100 meter ieder, kan ook worden gebruikt om een kort stukje lijn aan een lange lijn te knopen, b.v. een onderlijntje aan een hoofdlijn.

bloedknoop

Haak knoop

Met de haak knoop worden haken met een op- of neerwaarts gericht oog aan de lijn bevestigd, met deze knoop bereikt men dan ook dat de haak mooi in het verlengde van de lijn komt.
haakknoop

Kunstaas knoop

Eigenlijk een beetje ongelukkig gekozen naam voor wat misschien wel de meest gebruikte knoop voor bijvoorbeeld wartels, haken met een oogje, kunst vliegen en andere attributen met een oogje aan de lijn te bevestigen. Hij is minder geschikt om direct aan uw plug of spinner te knopen, omdat u daarvoor eerst een stalen onderlijntje (reeds voorzien van speld) dient te monteren.

  • Steek de lijn ca. 15 cm door het oogje van de haak, wartel of het kunstaas. Sla de lijn terug zodat deze naast de hoofdlijn loopt. Sla de lijn terug in een cirkel naar de haak of het kunstaas.
  • Maak 6 windingen met het uiteinde van de lijn om de dubbele lijn en door de cirkel. Houd het oogje en de lijn stevig vast en trek aan het uiteinde van de lijn.
  • Trek nu aan de hoofdlijn, zodat de knoop naar het oogje glijdt.
  • Trek de knoop vast tegen het oogje. Knip de overtollige lijn af. Een voordeel is dat deze knoop niet glijdt.

Bedenk u dat Dyneema praktisch geen rek bezit en zichzelf dus niet lekker aantrekt. Een paarextra slagen maken, biedt meestal uitkomst. Bij de kunstaasknoop is het verstandig om het Dyneema eerst tweemaal door het oog van de wartel of haakte halen.
kunstaasknoop

Lus knoop

Een van de meest gebruikte knopen bij het sportvissen is de lusknoop. Het is dan ook een bijzonder handige knoop. Aan een lus kun je namelijk bijna alles verbinden. Vooral de wartel en het werplood zijn vaak door middel van een lus aan de hoofdlijn of de onderlijn verbonden. Deze knoop is de simpelheid zelve!! Het maken van een goede lusknoop is erg eenvoudig. Kijk maar goed naar het plaatje, dan wordt alles duidelijk.

  • Leg het uiteinde van de lijn dubbel en maak met deze dubbele lijn een enkelvoudige knoop.
  • Houd de knoop open en haal de dubbele lijn hier nogmaals doorheen.
  • Houd de hoofdlijn en het uiteinde van de lijn vast en trek aan de lus zodat de knoop vast getrokken wordt. De grootte van de lus kan bepaald worden door de losse knoop naar het gewenste punt te trekken en deze vast te houden wanneer de knoop vast getrokken wordt. Knip het uiteinde af.
  • Een lusknoop die op deze manier wordt gemaakt, verzwakt de lijn niet veel. Als je de breeksterkte van de lijn vrijwel geheel wilt behouden, kun je de lijndubbel nemen. Je krijgt dan twee lussen. Zorg er voor dat deze van gelijke grootte zijn en mooi naast elkaar zitten.

lusknoop

Naald knoop

Om de leader aan de vliegenlijn te knopen of een gladde volglijn aan een schietkoplijn te bevestigen is de naaldknoop een hele zekere. Hier volgt de beschrijving:

  • Steek een stopnaald, met het einde van de leader door het oog gestoken, anderhalve centimeter door de kern van de vliegenlijn.
  • Haal de naald en daarmee het einde van de leader door de vliegenlijn heen.
  • Haal de naald van de leader en leg deze langs het einde van de vliegenlijn.
  • Wikkel met het einde van de leader vijf slagen om de naald en de vliegenlijn en steek het einde weer door het oog van de naald.
  • Trek de naald door de lussen en trek de knoop aan. Knip het restant van het leadereinde weg.

naaldknoop

Onderlijn montage

Deze lusverbinding wordt vooral veel gebruikt door feedervissers die een onderlijntje willen bevestigen zonder gebruik te maken van een (speld)wartel.

De lus in lusverbinding wordt meestal gebruikt om snel een onderlijn met de hoofdlijnte verbinden. Gebruik hem wel volgens tekening en niet andersom, want dan is hij niet zo betrouwbaar. Kleine lusjes maak je het gemakkelijkst met een haarspeld. Zo krijg je “piep” kleine lussen die allemaal dezelfde grootte hebben.

onderlijn montage

Spoel knoop

Een lijn bevestigen met een reel of molenspoel doe je met de spoelknoop. Zo zet u een vislijn vast op de spoel van een werpmolen of reel. Vist u met Dyneema? Realiseer u dan dat, door het ontbreken van rek, de lijn niet (zoals bij nylon wél het geval is) steeds strakker om de spoel komt te zitten. Als de knoop niet met een stukje plakband vast wordt gezet, bestaat de kans dat de lijn om de spoel gaat slippen. Zelfs al is de spoel tot aan de rand gevuld.

 spoelknoop

Voorslag knoop

Het vissen met een voorslag bij gevlochten lijnen is een noodzaak.

Dit omdat er in de gevlochten lijn geen rek zit en je veel sneller de haak uit de bek van de vis kan trekken. Deze knoop wordt ook gebruikt om bij de worp de gevlochten lijn niet te breken. Een aanbevolen lengte van de voorslag is ca. 1,5 a 2 maal de hengellengte.

  • Leg de einden van twee lijnen van vrijwel gelijke dikte naast elkaar (ongeveer 15 cm) in tegengestelde richting.
  • Knoop de kunstaas knoop om de dubbele lijn. Maak hiervoor 3 windingen en trek deze tegen elkaar.
  • Trek aan het uiteinde van de lijn zodat de knoop stevig om de lijn zit.
  • Doe hetzelfde met het uiteinde van de andere lijn Trek nu beide knoppen strak aan.
  • Trek aan de beide hoofdlijnen in tegengestelde richting zodat de knopen tegen elkaar aan glijden. Trek zo vast mogelijk aan en knip de uiteinden kort af en klaar is de knoop.

voorslagknoop

Water knoop

De beste knoop om twee lijnen aan mekaar te verbinden, alleen niet geschikt om een lange lijn aan een kortere te bevestigen.

  • Leg de lijn en onderlijn ongeveer 20 cm naast elkaar.
  • Behandel de lijnen als een enkele lijn enmaak een enkelvoudige knoop. Haal hiervoor de gehele onderlijn door de lus.
  • Houd de lus open en haal zowel de onderlijnals het eind van de hoofdlijn nogmaals door de lus.
  • Houd de beide lijnen en uiteinden vast entrek de knoop aan. Knip de eindjes kort af om te voorkomen dat deze aan dehengelogen blijven steken.

waterknoop

 

Vissen met de feederhengel

(bron: cybervissen.nl)

Feedervissen algemeen

Witvissen is en blijft de meest populaire tak binnen de hengelsport en dat is geen wonder want witvis zwemt zo’n beetje in elke sloot, plas of rivier in Nederland. Gebruikte men vroeger enkel en alleen een vaste hengel om voorn, brasem, zeelt en ga zo maar door achter de vinnen aan te zitten dan heeft de moderne sportvisser heeft heel wat meer technieken voor handen ! Omdat je met de vaste hengel toch beperkt was in de te bevissen afstand kwam de feederhengel als geroepen. Een lange werphengel van het liefst een dikke drie meter om het aas veel verder te werpen. In het bovenste deel van de hengel kunnen verschillende toppen worden gestoken, afhankelijk van het werpgewicht en de lijndikte. De toppen die bij de hengel verkocht worden zijn vaak voorzien van een kleur. Er wordt veel met de kleuren rood, oranje en geel gewerkt. Deze kleuren staan voor een bepaalde stugheid van het topeind. Op de wat duurdere hengels staat ook vermeld welke gewichten maximaal geworpen mogen worden.

De feederhengel is, als het op witvissen aankomt, een dodelijk wapen op elk type water. Met de feederhengel valt nu eenmaal machtig veel vis te vangen, vaak meer dan met de vaste hengel of de matchhengel. Op bepaalde wateren – en die zijn er ook bij u in de buurt – zijn vangsten van vele tientallen kilo’s voorn, brasem en of blei werkelijk niet uitzonderlijk en zeker niet alleen voor de specialisten weggelegd. De praktijk heeft uitgewezen dat ook beginners in de feedervisserij op goede dagen formidabele vangsten kunnen realiseren.

Nog een antwoord op de vraag “Waarom feedervissen?” vinden we in de eenvoud van deze visserij. Feedervissen is niks meer dan het vissen met een speciale werphengel (voorzien van een gevoelig topje) en een voerkorfje; de simpelheid zelve! Het moet wel heel gek lopen, willen beginners hun eerste pogingen niet meteen al beloond zien met een paar fraaie aanbeten en zelfs vissen. Zolang zij zich maar aan een paar basisregeltjes houden. Die komen later in dit verhaal aan bod.

Het feedervissen in al haar facetten is uit de moderne hengelsport gewoon niet meer weg te denken, vooral bij het wedstrijdvissen en de resultaten spreken voor zich. Het spreekt voor zich dat men voor deze techniek het juiste materiaal bij de hand moet hebben. Deze keuze wordt bepaald door het viswater, de weersomstandigheden, de visstand. Verder is het altijd een goede zaak om de dingen niet al te ingewikkeld te maken en een montage te gebruiken zonder al te veel toeters en bellen. Zorg er altijd voor dat alle elementen volledig op elkaar zijn afgestemd.

Feedervissen doe je met een werphengel en een voerkorfje. Dit is een korf van draad of kunststof waarmee je een portie lokvoer direct bij je haakaas op de bodem kunt brengen. Het voerkorfje zit met een zijlijn vast aan de hoofdlijn. De korf is zo bevestigd dat die kan schuiven over de lijn. Hoe zie je dat je beet hebt: Je ziet dat je beet hebt wanneer je top beweegt. Je top kan bewegen doordat je ingooit en de lijn strak draait de top staat zo ietsjes krom gespannen staat als die gaat bewegen heb je beet en haak je de vis.

Een tijdlang heeft het erop geleken, dat de Engelse methode van witvissen, die toch ook in de onze laaglanden langzamerhand begon door te sijpelen, voorbehouden zou blijven aan een handvol fanatieke hengelaars. Waarschijnlijk wordt deze vorm van visserij één van de meest populaire vormen van vissen, omdat het zo’n spectaculaire bezigheid is. Bijna elke vis is er mee te vangen, behalve de actieve en voorzichtige soorten zoals de snoek en de snoekbaars.

Voor oudere vissers met een verminderd gezichtsvermogen is feedervissen een ware uitkomst. Zij hoeven niet langer te turen naar het minieme antennepuntje van een scherp afgesteld dobbertje. Bij het feedervissen wordt helemaal geen gebruik gemaakt van een dobber. De dunne, felgekleurde en gevoelige hengeltop fungeert als beetindicator.

Materiaal verscheidenheid

Hengels die geschikt zijn voor het werpen met swimfeeders (voerkorven) noemt men logischerwijs dan ook feederhengels. De voerkorf moet bescheiden van afmeting zijn, immers het werpvermogen van onze hengels kent nu eenmaal een grens. De wat grotere voerkorven hebben in gevulde toestand (uiteraard afhankelijk van het formaat en het aangebracht extra loodgewicht) toch al gauw een gewicht dat ergens tussen de 40 en een dikke 100 gram ligt! Om deze zware gewichten weg te zetten is een langere hengel met meer ‘body’ een vereiste. Dus koop een hengel die bij het te bevissen water past.

Er zijn nogal wat typen feederhengels. Behalve dat er natuurlijk altijd kwaliteitsverschillen en daarmee prijsverschillen zijn, kunnen we de feederhengels onderscheiden in vier hoofdgroepen: light, medium, heavy en ultra heavy. Sorry voor de Engelse uitdrukkingen, maar het feedervissen is nou eenmaal, met termen en al, uit Engeland komen overwaaien.

De huidige “feederhengel” is globaal te verdelen in twee verschillende uitvoeringen: de “Swingtip” en de andere de zogenaamde “Quivertip”.

“Swingtip”:

  • een top wordt met behulp van een rubber slangetje aan de hengel gemonteerd. Bij een beet “swingt” de top dan naar voren of naar je toe. Voordeel hiervan is dat er weinig weerstand ontstaat, en je dus heel licht kan vissen.

feederhengel

“Quivertip”:

  • een versmalling in de top van de hengel die er voor zorgt dat de hengel eenvoudig omboog en daarom een betere beetregistratie geeft. De Quivertip zit meestal vast aan de hengel gemonteerd en er bestaan geen  mogelijkheden om van top te wisselen. Bij deze soort hengels worden meestal twee of drie quivertips geleverd. Het is de bedoeling dat men door de juiste keuze van de quivertip een zo best mogelijke beetregistratie krijgt. Een bepalende factor is de strakheid van de quivertip. Het spreekt voor zich dat een tip uit carbon strakker zal zijn dan een tip uit glasvezel. Verder zal het tapse verloop (van dik naar dun) ook bepalend zijn voor de gevoeligheid. Men kan de strakheid eenvoudig testen door het topoog tussen duim- en wijsvingers te nemen. De quiver die het meeste doorbuigt is de minst strakke. Het is de manier van aanbijten en de heersende visomstandigheden (grote vis, kleine vis, wind, stroming.) die mede zullen bepalen welke quivertip we monteren.
  • Een Wincklepicker: Dit is een hengel voor op witvis waar men op de top vist zonder dobber. Men maakt dan ook gebruik van een voerkorf en vist hiermee op dezelfde plek, waardoor vaak meer en zwaardere vissen mee gevangen wordt. Deze hengels hebben een zachte verwisselbare top die dient als beetregistratie met een gemiddeld werpvermogen van 10 tot 30 gram.
  • een werphengel met een top/parabolische actie.
  • hengeltechniek wordt ook wel “pickeren” genoemd.
  • Wincklepickers hebben losse topjes met een actie van 1 tot 2 ounce.
  • Wincklepickers worden veelal gebruikt in combinatie met een zogenaamde voerkorf. Dit zijn lichte korven tot hooguit 35 gram Voordeel is dat het lokvoer direct bij het aas ligt. En als steeds op dezelfde plek de voerkorf wordt gegooid, kan een mooie gedoseerde voerplek gemaakt worden.
  • De wincklepickers heb je in de maten: 2.40 meter t/m 3.0 meter.
  • Een wincklepicker gebruik je het best op stilstaand water of zacht stromend water en gooi je gemiddeld zo’n 15 meter uit de kant.
  • Een Feederhengel: Dit is een hengel voor het vissen op witvis, hiermee wordt hetzelfde gevist als met een Wincklepicker echter zijn deze hengels langer en bezitten ze een groter werpvermogen. Dit is bedoeld om ook te kunnen vissen op kanalen of rivieren zonder dat de stroming de voerkorf verplaatst van de visstek. Deze hengels hebben een gemiddeld werpvermogen van 40 tot 100 gram.
  • Feeders zijn er met vaste en losse topjes, van 1,5 tot 3 ounce. Zo heb je ook nog heavy feeders waar je tot 4 ounce actie kan gaan.
  • gebruik op stromend water of wanneer je ver van de kant moet vissen.
  • Men kan feederhengels al naar gelang werpvermogen en lengte als volgt indelen 3 categorieën;
        • Light feeder (voor lichte korven, tot ca. 40-50 gram)
        • Medium feeder (voor de wat zwaardere korven, tot ca. 70-80 gram)
        • Heavy feeder (voor de zware korven tot ca. 100-120 gram)
        • Voor startende feedervissers is het algemene advies een feederhengel in de klasse “light” aan te schaffen. Dit type feederhengel wordt als “allround” beschouwd, is ongeveer 3 meter lang en geschikt voor het werpen van korven met een gewicht van een gram of 40. Met deze hengel kunt u in de meeste wateren en onder de meeste omstandigheden aardig uit de voeten. Er kan zowel met een wartelloodje als met een voerkorf én zowel kortbij als veraf mee worden gevist. Als u met zwaardere voerkorven of op grotere afstand dan 35 meter wilt vissen, zou u een “medium” feeder kunnen overwegen. De “heavy’s” en de “ultra heavy’s” zijn bedoeld voor hard stromend water (rivieren) en is voor de beginner niet aan te raden.

Materiaal: Korf Voerkorven zijn in drie groepen in te delen, namelijk:

  1. open voerkorven, aan beide zijden open.
  2. gesloten voerkorven, aan beide zijden gesloten.
  3. half open korven, slechts aan één zijde open.

korfjes

In principe bestaat de voerkorf uit een, metaalgaas vervaardigd hulsvormig lichaam verzwaard met een loodstrip. Er zijn ook voerkorven met een plastic lichaam. Een belangrijk verschil tussen een open plastic voerkorf en een gaasfeeder is dat de eerstgenoemde tijdens het binnendraaien gemakkelijker van de bodem loskomt, als de aan alle kanten open gaasfeeder.

  • In stromend water gebruik is het advies om minimaal een korf met een gewicht van 60 gram. Hiervoor gebruik je dan de medium feeder, dit om het gewicht goed te kunnen dragen en je hebt de mogelijkheid om ver te vissen.
  • Is er meer dan 80 gram nodig, tot zeker 100 gram, dan ga kan worden overgegaan op de heavy feeder. Sommige heavy feeders kunnen aardig wat gewicht wegzetten tot zeker 150 gram, heb je nog meer nodig dan kan de “ultra heavy” gebruikt worden. Hiermee kan je met sommige feeders, tot 200 gram wegzetten. Uiteraard vis je dan niet verder dan ongeveer 30-35 meter.
  • Een ander belangrijk voordeel van het feedervissen is dat er spaarzaam en toch effectief met lokvoer omgegaan kan worden. Met een kilootje voer kan men gewoonlijk een hele dag doen. Duur is deze visserij dus niet. Voor het vissen in stilstaand of langzaam stromend water gebruikt u bij voorkeur een voerkorfje dat aan beide zijden open is. Bij elke inworp wordt slechts een klein beetje lokvoer op de voerstek gedeponeerd . Omdat de onderlijn vlakbij de voerkorf wordt gemonteerd, ligt het aas altijd in de buurt. Succes verzekerd!

Materiaal: lijnen

  • Bij het feederen in stromend water gebruik je een hoofdlijn van minimaal 22/00 met een voorslag van 25/00. De dikte van je hoofdlijn is belangrijk, aangezien het gegeven, hoe dunner je hoofdlijn hoe minder druk de stroom op je lijn uitoefent. De lengte van de voorslag hou je op ongeveer 2x de hengellengte. De voorslag hou je dikker dan de hoofdlijn, dit v.w. het gewicht van de voerkorf.
  • De vislijn die wordt gebruikt moet altijd in de juiste verhouding zijn met de hengel die gebruikt wordt. Dus het volgende ezelsbruggetje kan aangehouden worden: “Op een Light Feeder altijd dunnere lijnen gebruiken en op de “Heavy Feeder” dus dikkere lijnen (en dus sterkere). Dit heeft tot logisch gevolg dat op een heavy feeder ook vaak een zwaardere molen gemonteerd zal worden.
  • Aan de speldwartel kan een feederkorf of wartellood gemonteerd worden. De hoofdlijn en de onderlijn worden via “lus-in-lus” met elkaar verbonden. Kan zowel dienen voor het vissen met klassiek nylon als met een gevlochten lijn.
  • Het is bekend dat er op de markt de gevlochten lijnen te koop zijn onder de naam Dyneema. Veel groothandels brengen onder verschillende namen bepaalde lijnen op de markt. In het begin waren deze lijnen zeer duur en vaak van slechte kwaliteit. Je bent er of helemaal gek van of je bent een geboren tegenstander. Bij verkeerd gebruik kan het je heel wat vis kosten. De rek in deze lijn is vaak nihil waardoor de vis tijdens de dril zichzelf los kan trekken omdat er geen rek in de lijn zit die de klappen van de vis opvangt. Bij een goed hengelgebruik vinden de meeste vissers het ideaal omdat de beetregistratie perfect wordt doorgegeven en de lijndiameter veel dunner is dan de monofyllijnen van dezelfde trekkracht. Dus wel opletten !! Vis je met gevlochten/gesmolten lijn, dan moet je bij een aanbeet niet “slaan” maar “aantikken”. Je hebt namelijk direct contact met je voerkorf. Tegenwoordig wordt veel gebruik gemaakt van een “Powergum systeem”. Het powergum systeem is een stuk elastiek van 20/25 cm waar je voerkorf aan hangt. Groot voordeel van dit systeem is, dat de powergum de eerste klap opvangt bij het ingooien. Hoe zwaarder de korf, hoe meer je het voordeel merkt bij het ingooien. Een ander voordeel van de powergum is dat je geen voorslag meer nodig hebt. Er zijn verschillende methoden om de voerkorf of werplood en haaklijn te monteren.
  • Schuivende montage
  • Om te voorkomen dat u af en toe in de war gooit, kunt u een zogenaamd “hoekafhoudertje” gebruiken. Schuif deze op de hoofdlijn van ongeveer 0,18 mm nylon en laat deze stuiten op een speldwarteltje. In dat speldwarteltje hangt u de onderlijn van 0,16 mm dik en ongeveer 50 – 75 centimeter lang. Hangt u nu de voerkorf aan het afhoudertje en de montage is klaar. Tegenwoordig geven steeds meer feedervissers de voorkeur aan een gevlochten, Dyneema lijn. Daar zit namelijk geen rek in, waardoor ook aanbeten op grote afstand goed worden doorgegeven aan de gevoelige top. Slimme sportvissers knopen thuis al hun onderlijntjes met haken in verschillende groottes. De maten 8, 10 en 12 zijn favoriet.
  • Bij deze montage loopt de hoofdlijn vrij door de wartel van het lood of van de voerkorf. Op dagen dat de vis goed “los” is, zal deze eenvoudige methode veel vis op de kant brengen.
  • Vaste montage
  • Het lood of voerkorf wordt nu direct op de hoofdlijn of aan een vast zijlijntje geknoopt. De aanbeet gaat nu niet via een wartel maar direct naar de hoofdlijn en is dus preciezer dan de andere methodes.

Hengel afsteunen

Hoe te vissen. U heeft vast wel eens een feedervisser langs de waterkant gezien. Dan is het u waarschijnlijk opgevallen dat de hengel bijna evenwijdig aan de oever lag afgesteund. Een dergelijk opstelling, waarbij de hengeltop een hoek van 100 tot 120 graden met de uitgeworpen lijn maakt, is voorwaarde voor een optimale beetregistratie. De voorkant van de hengel wordt op een speciale quivertipsteun gelegd, met de top zo dicht mogelijk bij het water. De wind mag geen vat krijgen op de uitstaande lijn. De handgreep van de hengel wordt tevens afgesteund op een speciaal steuntje of op uw zitmand. Volgen de aanbeten elkaar in rap tempo op, is het wellicht slimmer de greep op uw bovenbeen te laten rusten. Zo kunt u de hengel comfortabel vasthouden en razendsnel reageren op een goede aanbeet door zijwaarts aan te slaan.

In zacht stromend water of stilstaand water vis je nagenoeg parallel met de oever, dit om een beet beter te registreren. Vis je op stromend water dan vis je met de hengeltop omhoog. Wanneer je met de hengeltop omhoog vist haal je meer tuig uit het water waardoor de stroom minder druk uitoefent op je tuig. Hierdoor kan je een beet beter zien, en je voerkorf blijft beter liggen.

hengelsteun feeder

De hengel wordt vaak afgesteund op een “feedersteun”. Steun de hengel zo af dat er een hoek ontstaat tussen de 90 en 120 graden. Zo is goed aanslaan mogelijk. Voor de voorste hengelsteun gebruik je een brede steun (een V steun) met een golvend profiel. Daarmee kun je de buiging van de hengeltop exact bepalen en aan het bijtgedrag van de vis aanpassen. Hoe minder lijn zich bevindt tussen wateroppervlak en hengeltop, de minder de kans dat de wind de beet registratie beïnvloed.

Inwerpen

Omdat het een vrij nieuwe visserij was en veel mensen wat sceptisch over deze hengel waren, duurde het vrij lang voordat deze grandioze vorm van “witvissen” voet aan wal kreeg. Het is eigenlijk een veredelde vorm van hoe men vroeger op de paling viste. Men werpt de paternoster in , draait de lijn strak en wacht op de registratie op de top. De kunst is nu om die onderlijn te maken die past bij de omstandigheden waarbij men vist. De feeder kun je ook fantastisch gebruiken bij de visserij op paling. Een geweldige ervaring om die hengel tekeer zien gaan bij de aanbeet van een grove paling. Het dunne topje zorgt ervoor dat de vis bijna geen weerstand voelt bij de aanbeet. Wat wel gezegd dient te worden is, dat je rekening moet houden met de rek in lijn. De afstand waarbij de haak gezet moet worden is aanzienlijk vergroot en dit kan de nodige problemen geven.

Een van de belangrijkste zaken bij het feedervissen is de keuze van de juiste feeder; beter gezegd de keuze van het juiste loodgewicht van de feeder. Het eigen gewicht van de te gebruiken voerkorf (dus zonder voer in de korf), wordt bepaald door de te werpen afstand. Hoe verder men van zich af vist des te zwaarder de korf moet zijn. Vist men te licht dan zal de te vissen afstand moeilijk te bereiken zijn.

Als je meer dan 80 gram nodig heb kan je het beste je korf een meter stroom opwaarts gooien, waardoor de korf na het uitrollen voor je blijft liggen. Zo kan je toch een voerplek aanleggen. Om een beter idee te krijgen wat hiermee bedoeld wordt, voor het vissen ga je eerst een paar keer proef gooien, met een korf die genoeg lood met zich meedraagt waardoor de korf blijft liggen. Nu moet je recht vooruit gooien en opletten waar je korf blijft liggen, is het bijvoorbeeld 3 meter rechts van je, dan houdt dat in dat je ook 3 meter stroom opwaarts moet gooien zodat de korf voor je blijft liggen.

Je kan natuurlijk ook een zwaarder korf gebruiken, maar dit houdt wel in dat je zwaarder vist, en dat je ook een gepaste hengel moet gebruiken die het lood kan wegzetten, Natuurlijk moet je ook je lijndikte aanpassen. Hoe zwaarder de korf, hoe dikker je tuig.

feedermolen

Peilen met de feeder

  • Korf inwerpen en tellen tot de korf de bodem raakt. Het tellen doe je vanaf 21, dus eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig enz…
  • Hou rekening met het gewicht van de korf, hoe zwaarder de korf hoe sneller de korf op de bodem is.
  • Hierna de korf langzaam terughalen, door naar de top te kijken kan je de bodemstructuur vaststellen. bv. diepte en kuilen.
  • Zo ga je terug tot ongeveer 20 meter.
  • Is het peilen gebeurd dan ga je terug naar de afstand die je wilt vissen, lijn achter de lijnclip vastzetten, een vast punt aan de overkant van het water aanhouden erop richten en vissen maar. Juist een gaaskorf moet zich binnen enkele minuten en zeker als er, zoals bijvoorbeeld bij het aanslaan gebeurt, fel aan de lijn getrokken wordt, op de visplek legen! Stelt u zich eens voor wat er gebeurt als het lokvoer in de korf blijft plakken.

Het opbouwen van een voerplek

Essentieel is dat de voerplek goed opgebouwd wordt. Korf na korf dient steeds op dezelfde plek terecht te komen. Alleen dan lukt het om de vis op de plek te houden. Om te beginnen is een juiste werptechniek van belang. Secuur werpen vraagt om een tweehandige aanpak en een zogenaamde “overhead”-worp. Aan de overzijde van het water zoekt u, in het verlengde van de te maken voerplek, een richtpunt uit. Dat kan een molen, een boom of bijvoorbeeld een inham in het riet zijn. Werp iedere keer naar dat ene, vaste punt. Elke keer de juiste afstand bepalen, is nog het makkelijkst. Hiervoor gebruikt u de lijnclip op de molenspoel. De lijn wordt na de eerste keer inwerpen simpelweg in de lijnclip geklemd. Elke worp wordt nu, keer op keer, op dezelfde afstand geblokkeerd.Als haakaas komen vooral maden, verpopte maden (casters) en kleine pieren in aanmerking. Combinaties van deze aassoorten doen het vaak erg goed. Vergeet niet ook een handje van dit levende aas door het lokvoer te mengen. Het is vaak de sleutel tot succes.

Aanbeten

Een aanbeet kan zich opverschillende manieren voordoen, bijvoorbeeld zowel in de vorm van een plotseling fel naar het water buigende top, als ook in de vorm van een terugvalbeet. Dit wordt veroorzaakt als de vis het aas pakt en naar ons toe zwemmen en de voerkorf meenemen. En het meest voorkomend in de vorm van een aantal elkaar snel opvolgende schokkerige rukjes. U kunt dan rustig aanslaan en de vis landen. Om een goede beetregistratie te hebben kan je gebruik maken van een “targetbord”. Dit bord zorgt ervoor dat je een rustige achtergrond heb en zo de kleinste aanbeten zichtbaar worden.

Een voerplek maken we met de feederhengel en de voerkorf waarmee je gaat vissen. We doen dit door om de minuut een korfje met voer en aas op de gewenste afstand te brengen, laten deze ± 40 seconden liggen en geven een ruk aan de hengel. Nu komt het voer dat nog niet uit de korf was los. We halen rustig in en herhalen dit 15 maal. Nu gaan we vissen. Door telkens opnieuw in te gooien wordt de voerstek steeds voorzien van vers aas en voer

Elke keer als we de korf binnenvissen volgt er dan in een rechte lijn naar de oever en spoor van lokvoerdeeltjes. Dit heeft hetzelfde effect als je met de vaste hengel een strook van 10 meter met voerballen voorziet. Zorg er dus altijd voor dat de korf zich zo snel mogelijk op de stek leegt.

Feedervoer

Als we met een feeder vissen is de vastheid van het voer erg belangrijk. In diep of stromend water mag het lokaas bijvoorbeeld kleveriger zijn en meer stevig in de korf zijn gedrukt als op ondiep of niet stromend water. Als de voerkorf zijn lading al tijdens de worp of halverwege de waterdiepte verliest hebben we er op de bodem nu eenmaal niets aan. Al te stevig is echter ook niet goed. Je ziet het bijvoorbeeld wel eens gebeuren, dat als men een vis vangt en deze boven het schepnet trekt, de voerkorf nog half vol met voer zit. Het zou de visser dan toch duidelijk moeten zijn, dat dit persé voorkomen moet worden.